Duurzaamheid

Duurzame ontwikkeling is een onderdeel van een cultuur van vrede, terwijl uitbuiting van de natuur een onderdeel is van een cultuur van geweld. Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling erkent niet alleen dat vrede en veiligheid voorwaarden zijn voor het bereiken van duurzame ontwikkeling, maar dat duurzame ontwikkeling de weg naar vreedzame samenlevingen verschaft. Agenda 2030 geeft aan hoe landen de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals “SDGs”) kunnen implementeren vanuit zowel een ontwikkelings- als een vredesperspectief. (Wil je meer weten over de 17 doelen? Ga dan naar https://www.sdgnederland.nl/)

Geweld ten opzichte van de natuur is een symptoom van een cultuur van geweld, waarin de mens als heerser wordt gezien van de natuur, in plaats van een (gelijkwaardig) onderdeel hiervan. Sinds het begin van de Industriële Revolutie, in de achttiende eeuw, werd dit een steeds toenemend probleem. Er werden natuurlijk sindsdien veel meer grondstoffen uit de aarde onttrokken, maar ook ontstond er een andere manier van denken, als gevolg van alle veranderingen in het productieproces. Steeds meer mensen trokken naar steden, wat ervoor zorgde dat de mens nog verder van de natuur af kwam te staan. Steeds vaker werd de natuur, en zelfs ook de mens vergeleken met machines. Cultuur en beschaving, die vooral voortkwam uit het stadse leven, werd superieur aan natuur. Al deze veranderingen in perceptie werkten ‘extractivisme’ steeds meer in de hand: alles nemen uit de natuur wat je maar wilt. Voor de Industriële Revolutie was het nodig om olie, gas, metalen etc. op grootse schaal uit de aarde te onttrekken. Echter, in de laatste decennia zijn we er ons er van bewust geworden dat we zo de aarde kapot maken en de mens zelfs mogelijk tot uitsterven brengen…! Een ommekeer was een rapport van de Club van Rome, “De grenzen aan de groei dat in 1972 werd uitgebracht, waarin er op werd gewezen dat grondstoffen eindig zijn en de economie daardoor niet oneindig kan blijven groeien. Langzaam is het wereldbeeld dus aan het veranderen en de vraag is, of het snel genoeg zal zijn. Om ‘duurzame ontwikkeling’ te bevorderen, zullen we eerst moeten beginnen met ons wereldbeeld te veranderen, want dat zal natuurlijkerwijs ook ons gedrag veranderen.

Hiervoor zouden we bijvoorbeeld inspiratie op kunnen doen uit de levensbeschouwing van inheemse bevolkingsstammen. Voor de meeste inheemse bevolkingsstammen is het concept van landbezit erg vreemd: mensen behoren tot het land en niet andersom. Inheemse mensen respecteren de natuur en zien het leven als een web waar alle levende wezens en dingen met elkaar verbonden zijn (onderling afhankelijk) voor hun bestaan. Dit klinkt misschien abstract als je het voor de eerste keer hoort, maar het is juist heel concreet. Denk bijvoorbeeld tijdens het eten eens aan alle handelingen die plaatsvonden voordat dit voedsel op jouw bord belandde. Te beginnen bij iemand die een zaadje in de grond steekt. Bij één maaltijd zijn al zoveel mensen, dieren, bacteriën en handelingen betrokken! Dat is onderlinge afhankelijkheid en verbondenheid. Het is de kern van ons bestaan.

Wat heeft onderlingen afhankelijkheid te maken met vrede? Veel westerse culturen hebben ‘onafhankelijkheid’ en concurrentie tot de kern van hun waardesysteem en wereldbeeld gemaakt. Het wordt ons voorgespiegeld dat wij uit zijn op ‘winst maximalisatie’ en dus zelfzuchtig alleen onze eigen belangen willen behartigen, en dat competitie creëert met andere mensen om ons heen. Dit wordt in het Engels ook wel een ‘zero-sum’ houding genoemd. Als de ene wint, dan verliest de ander. Echter, er bestaat ook ‘win-win‘: beiden partijen hebben voordeel bij een bepaalde situatie of uitkomst. En, je zult zelf ook wel voelen dat je helemaal niet altijd alleen maar aan jezelf denkt, maar ook geeft om anderen. Mensen zijn sociale wezens, en samenwerking is cruciaal voor ons welzijn. En het was ook cruciaal voor ons voortbestaan. Mensen konden overleven juist omdat ze in groepen leefden waar ze met elkaar samenwerkten, en competitie minimaliseerden.

Voor ‘duurzame ontwikkeling’ is het ook belangrijk dat mensen met elkaar gaan samenwerken én gaan samenwerken met de natuur. Vandana Shiva heeft het over de ‘wet van terugkeer’ waarin alle aardbewoner niet alleen iets van de aarde nemen, maar ook (terug) geven. Wij hebben deze verantwoordelijkheid ten opzichte van de natuur. Op die manier kan de aarde en haar bewoners met elkaar samenwerken en vormen zij een “aardse democratie” (“Earth Democracy”). (Vandana Shiva is een Indiase activiste die o.a. Navdanya stichtte, een nationale beweging om de diversiteit en integriteit van levende materie, in het bijzonder inheemse zaden, te beschermen.)

Een meer populaire manier van duurzaamheid begrijpen is ook wel het “planet, people, profit” model. Duurzame ontwikkeling werd in 1987 gedefinieerd door de Brundtland-commissie van de Verenigde Naties, aan de hand van het Triple bottom line (TBL) principe: naast financiële prestaties houdt men ook rekening met sociale en milieuprestaties. Zie de afbeelding hieronder. Wanneer een bedrijf werkt vanuit dit principe streeft het ernaar de natuurlijke orde zoveel mogelijk te bevorderen of in ieder geval geen schade toe te brengen en de impact op het milieu te minimaliseren (de ondergrens ‘bottom-line’ van ‘natuurlijk kapitaal’). Sociale rechtvaardigheid (‘equitability’) heeft betrekking op eerlijke en voordelige zakelijke praktijken ten aanzien van arbeid en de gemeenschap en regio waarin een bedrijf zaken doet. Een bedrijf bedenkt een wederkerige sociale structuur waarin het welzijn van de bedrijfs-, arbeids- en andere belanghebbendenbelangen onderling afhankelijk zijn. (de ondergrens ‘bottom-line’ van ‘menselijk kapitaal’). Dit is natuurlijk een heel economische benadering, waarbij de natuur en zelfs mensen toch weer gereduceerd worden tot ‘kapitaal’, terwijl een meer holistische visie waarschijnlijk meer vrede bevorderd dan zo’n beperkte benadering.

Planet, People, Profit, of Tripple Bottom Line model

.