Internationale veiligheid & ontwapening

Het achtste en laatste programmagebied van het actieprogramma voor een cultuur van vrede is internationale vrede en veiligheid, ook wel ‘ontwapening’. Enkele van de specifieke bepalingen zijn:

  • Bevordering van algemene en volledige ontwapening onder strikte en effectieve internationale controle;
  • Waar nodig lessen trekken die bevorderlijk zijn voor een cultuur van vrede die zijn geleerd uit “militaire bekering”;
  • Maatregelen nemen om de illegale productie van en handel in handvuurwapens en lichte wapens te beëindigen;
  • Bevorderen van een grotere betrokkenheid van vrouwen bij het voorkomen en oplossen van conflicten;
  • Opleiding aanmoedigen in technieken voor het begrijpen, voorkomen en oplossen van conflicten voor het betrokken personeel van de Verenigde Naties, relevante regionale organisaties en lidstaten.

Voorbeelden van maatregelen voor wapenbeheersing zijn de SALT-I- en SALT-II-akkoorden (1972, 1979) en het INF-akkoord (1987). In 1997 werd in Ottawa een verdrag tegen landmijnen aanvaard. De VS zegde in 2001 het ABM-verdrag op – het was getekend in 1972 om de inzet van ‘defensieve’ raketten aan banden te leggen. Het ‘VN-wapenverdrag’ is een verdrag uit 1980 over het verbod en de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens, die uitzonderlijk schadelijke of onnauwkeurige effecten te hebben (niet-onderscheidende wapens). In protocollen bij dit verdrag worden onder meer niet-herkenbare fragmentatiebommen, landmijnen en brandwapens verboden (aldus Amnesty International). Een recenter voorbeeld is het Wapenhandelsverdrag aangenomen op 2 april 2013 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en van kracht is sinds december 2014. De Verenigde Naties organiseerden een Conferentie over het beperken van de internationale wapenhandel in een poging om gewapende conflicten, terrorisme en misdaden tegen de menselijkheid tegen te gaan.Het verdrag is door 82 staten geratificeerd. In het verdrag worden de productie en handel in bepaalde wapens, zoals landmijnen en clustermunitie aan banden gelegd. Verder beoogt het de handel in andere wapens te reguleren met als doel de transparantie van de internationale wapenhandel te vergroten volgens internationaal recht, de illegale export van wapens naar conflictgebieden te voorkomen en de nationale en regionale regelingen te harmoniseren. Nog recenter is het Verdrag inzake het verbod op kernwapens, de eerste juridisch bindende internationale overeenkomst om kernwapens te verbieden, met als doel de totale eliminatie van deze wapens. Het verdrag werd ondertekend op 7 juli 2017, en trad in werking op 22 januari 2021.

“Het zijn de vijf permanente lidstaten van de Veiligheidsraad, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Rusland en China die de meeste kernwapens in handen hebben en die het grootste deel van de wapenverkoop in de wereld maken. De tegenstrijdigheden zijn talrijk.Misschien wel de grootste tegenstrijdigheid is dat de grote machten de Verenigde Naties domineren, die onze grootste potentiële bondgenoot zijn in een overgang naar een cultuur van vrede,” schrijft David Adams. coördinator van de Culture of Peace News Network “Enerzijds, in het geval van kernwapens, benadrukken de grootmachten non-proliferatie in een poging hun machtspositie te behouden. Aan de andere kant, in het geval van conventionele wapens, drijven ze de proliferatie zo ver dat ze potentiële klanten omkopen om hun wapensystemen te kopen.

Een andere tegenstrijdigheid betreft de relatie tussen oorlog, drugs en geweld in de straten van onze steden. Het is een publiek geheim dat de Amerikaanse betrokkenheid bij de oorlogen in Vietnam en Laos, Nicaragua en Afghanistan deels werd gefinancierd door de verscheping en verkoop van heroïne of cocaïne uit deze landen, en eindigde in de verslaving en het daarmee samenhangende geweld in de straten van de steden van de wereld.”

PAIS, een Nederlandse pacifistische organisatie schrijft: “Juist wie de bereidheid tot het sluiten van compromissen ziet als een ethisch beginsel moet erkennen dat oorlog er het tegendeel van is. Oorlog begint daar waar bereidheid tot genuanceerd denken, en dus de bereidheid tot het sluiten van compromissen, ontbreekt. Daarmee is oorlog de volledige nederlaag van ons ethisch denken.”

De organisatie World Beyond War noemt de cultuur van geweld ook wel ‘vechterscultuur’ (warrior culture) of ‘dominerende cultuur’, waarin veiligheid voortkomt uit een hiërarchischer machtspositie. Ook wordt er onder anderen gedacht dat je voorbereiden op oorlog vrede garandeert, dat het onmogelijk is om oorlog te beëindigen, dat de wereldeconomie een ‘dog-eat-dog‘ wedstrijd is en als je niet wint, je verliest. Echter, een cultuur van vrede gaat over relaties en samenwerken. Sommigen noemen het een ‘partnerschapsmaatschappij’.

Een voorbeeld is de opkomst van de wereldwijde conferentiebeweging zoals de Earth Summit in 1992 in Rio, bijgewoond door 100 staatshoofden, 10.000 journalisten en 30.000 burgers. Sindsdien zijn er mondiale conferenties over economische ontwikkeling, vrouwen, vrede, opwarming van de aarde en andere onderwerpen gehouden, waardoor een nieuw forum is ontstaan voor mensen van over de hele wereld om samen te komen om problemen het hoofd te bieden en coöperatieve oplossingen te bedenken; de verdere ontwikkeling van een systeem van diplomatie met gevestigde normen van diplomatieke onschendbaarheid, goede diensten van derden, permanente missies – allemaal ontworpen om staten in staat te stellen te communiceren, zelfs in conflictsituaties; en de ontwikkeling van wereldwijde interactieve communicatie via het World Wide Web en mobiele telefoons.

Het laatste punt in het actieprogramma “Opleiding aanmoedigen in technieken voor het begrijpen, voorkomen en oplossen van conflicten voor het betrokken personeel van de Verenigde Naties, relevante regionale organisaties en lidstaten” verdient eigenlijk een eigen hoofdstuk. Er is dan ook een aparte pagina onder ‘wat is vrede’ met dit onderwerp, die geweldloze conflict oplossing verder toelicht.